50 shades of Radiotherapy

Vandaag staat mijn afspraak met de Radiotherapeut op de planning. We gaan voor een hernieuwde kennismaking, want eerder had ik er al een ontmoet en afgewezen door te kiezen voor volledige amputatie. Ik dacht er daarmee voorgoed vanaf te zijn, maar niets blijkt helaas minder waar. Ik geef me nog niet helemaal gewonnen, eerst wil ik weten in welke mate bestraling mijn kansen beinvloed. Ik bedoel als ik door bestraling 2% minder kans zou hebben dat de kanker terugkomt binnen 10 jaar, dan is dat zo’n geringe winst dat ik alsnog afhaak.

Licht gespannen zit ik dus in de wachtkamer. Die spanning wordt mede veroorzaakt doordat er op het Borstkankerforum het verhaal rondgaat dat de knapste en lekkerste radiotherapeut werkzaam is in het AvL. Zijn foto komt regelmatig langs en de bijbehorende verhalen zijn geweldig. Van ingehouden buiken tot de mooiste lingerie setjes die uit de kast worden gehaald. Wat? Je dacht dat het in die fora alleen maar kommer en kwel was? Welnee, nou ja soms ook wel, maar ook de strakke billen van de plastisch chirurg, de knappe verpleger die zo goed kan prikken en dus die radiotherapeut zijn onderwerp van gesprek. Inclusief de reeds geprobeerde flirtpogingen, kale kop of niet.

Ik weet dan ook niet of ik het me verbeeld, maar in deze wachtkamer zien de dames er allemaal net even opgedirkter uit. Ik word er wel vrolijk van en doe gezellig mee met voor eerst in maanden weer eens hakjes aan en beschaafd laagje make up. Wat een teleurstelling als ik binnengeroepen word door een bebrilde jongeman. Niet onaardig hoor, maar ook niet bepaald een McDreamy. Nou ja, hoef ik tijdens de bestraling in ieder geval niet mijn buik in te houden en een beetje parmantig liggen zijn.

Als ik er voor kies niet bestraald te worden heb ik iets meer dan 50% kans dat de kanker terugkomt of niet weg is en uitzaait. Goed, dat lijkt me voldoende dus ik ben om. We gaan het doen. Ik krijg een afspraak mee voor de scan en het aftekenen. 25 bestralingen, elke dag behalve in het weekend. Pffft….

IMG_1998

 

 

 

Puppy Love II

Wie denkt dat kanker krijgen een levensveranderende ervaring is, moet eens een pup nemen.

Ik wilde altijd al graag een hond. Het liefst een Husky, maar Edwin wilde een handzamer formaatje en omdat ik onlangs mijn Volvo heb ingeruild voor een Mini kwamen we uit op een pomsky. Een mixje tussen een husky en een pomeriaan, een soort mini husky zeg maar. Dat past prima languit op mijn achterbank(je).

Vanaf de dag dat we haar op mochten halen bij de fokker, is alles anders. Vers uit het nest kwam ze en we haalden haar zo bij haar moeder weg. Natuurlijk voelden we ons schuldig hierover dus de mooiste mand, het lekkerste voer en een enorme hoeveelheid hondenspeeltjes lagen klaar voor ons kleine meisje. Een bench, een veilig autozitje met gordel, kluifjes in allerlei soorten en smaken. Tuigjes, halsbanden, sliplijnen en andere dingen waar ik nooit eerder van had gehoord liggen nu door ons hele huis verspreid.

Onze normaal gesproken bijna steriele keuken ruikt naar hondenvoer, er gebeuren ‘ongelukjes’ midden in de huiskamer, ons ooit zo stijlvolle minimalistische interieur is volledig in de war geschopt door rondslingerende afgekloven teddyberen en afzichtelijke hondenkleedjes en de designerbank zit vol met haren. En we vinden het niet eens erg.

Ik heb ineens een overmatige belangstelling voor spuuglelijke regenjassen, vooral die van Schmuddelwedda (voornamelijk vanwege de naam) Heb een paar foeilelijke Dubarry outdoor laarzen gekocht en ben nog op zoek naar een jagersgroen doorgestikt jasje. Ja ik weet het, ik sla weer een beetje door. In gedachte loop ik namelijk met hond door een Engels landschap een beetje stijlvol in the outdoors te zijn, in werkelijkheid loop ik natuurlijk gewoon op een Purmerends uitlaatpaadje …maar dat mag de pret niet drukken.

Een paar keer per dag kijk trots toe hoe mijn harige meisje een grote drol produceert en roep dan ook nog heel blij met een hoog stemmetje ‘Goedzo meisje, goed gedaan’ om de warme drol vervolgens met een plastic zakje om mijn hand vast te pakken en er mee rond te lopen tot ik eindelijk een vuilnisbak tegenkom. Als je me dit een half jaar geleden had verteld, had ik je uitgelachen. Nu doe ik het, zonder kokhalzen.

Los van alle troep, viezigheid en waterdichte kleding is het in huis vooral een stuk gezelliger geworden. Om de beurt liggen we op de grond om met Mika te spelen. Waar ik normaal gesproken op de bank had gelegen met mijn laptop, rol ik nu door de keuken met hond en bal of kijk ik als een trotse moederkloek toe hoe de anderen dat doen. Wat een hoop vrolijkheid in huis, ik ben zo blij met ons kleine kwispelende meisje!

IMG_1994

 

Klotsen

IMG_1995Ik kleed me uit en ga op de tafel liggen. De dokter komt binnen en buigt zich over me heen. “Ik ga je liften” zegt ze. “Yes!” Dat zijn precies de woorden die ik graag hoor uit de mond van een Plastisch Chirurg. Enthousiast kom ik overeind “waar gaan we beginnen?”. “Eerst mijn voorhoofd of doen we meteen mijn hele gezicht?” ┬áZe glimlacht flauwtjes. “Het bed” zegt ze “ik ga het bed liften”. Teleurgesteld ga ik weer liggen terwijl het bed langzaam omhoog komt. Met een magneet spoort ze de vuldop van de expander onder mijn huid op. Vervolgens prikt ze daar een dikke naald in, waar ik helemaal niets van voel en perst 240 ml zoutwater oplossing naar binnen. Het ziet er raar uit en de rest van de dag beeld ik me in dat een klotsend geluid hoor. Voor de zekerheid laat ik Edwin meeluisteren, maar die hoort niets. Het klotst niet echt, gelukkig. Van klotsgeluiden moet ik plassen. Over 2 en 4 weken moet ik terugkomen voor dezelfde handeling, daarna gaan we beginnen met bestralen.